Barometer

Foto-album

Fotowedstrijd 2008

Fotowedstrijd 2008

Fotowedstrijd 2008

Fotowedstrijd 2008

Fotowedstrijd 2008

Update over conversie van GPL naar LAPL(S) / SPL

EASA21 januari zijn er weer gesprekken geweest over het omzetten van ons GPL naar het toekomstige LAPL(S) of SPL. Onze gesprekspartner in deze is de ILenT. Zij gaan onze brevetten uitgeven zoals de overheid dat voorheen ook deed. Dus bepalen zij, in overleg met ons, de KNVvL (afdeling Zweefvliegen en CIV in dit geval) de eisen die gesteld worden aan conversie van het GPL, maar ook voor instructie en examinering.

Tot nu toe is er gepraat over het omzetten, converteren, van het GPL naar het LAPL(S)/SPL (instructie en examinering volgen op korte termijn). Wanneer u kijkt naar het verschil tussen de minimum eisen die worden gesteld in uren en ervaring voor het GPL en het nieuwe LAPL(S)/SPL, dan is te constateren dat dit nieuwe brevet meer uren eist , maar ook aangeeft dat een ‘overland’ gemaakt moet zijn alvorens men examen doet om het LAPL(S)/SPL te behalen.  Het verschil in uren is en vrijwel alle gevallen geen probleem omdat men meestal die uren al wel heeft voordat men opging voor het GPL examen.  Wat door de ILenT als een eis wordt gesteld is dat men als GPL houder bij aanvraag van een LAPL(S)/SPL moet kunnen aantonen dat men een overland heeft gemaakt, zoals die is beschreven in de EU Part-FCL ( zie verder).

Indien u een GPL heeft, maar nog geen overland heeft gemaakt, dan adviseren wij u vanuit de Afdeling Zweefvliegen en de CIV dat u dit komende seizoen dat wel doet opdat u het GPL kunt converteren naar een LAPL(S) of SPL.

Zie hieronder voor details.

Het ligt in de verwachting dat wanneer u een GPL houder bent, maar ook een RPL/PPL TMG kunt overleggen, u bij aanvraag voor een LAPL(S)/SPL  de extensie TMG krijgt bij deze brevetten.

Voor ons zijn er twee nieuwe ‘ratings’  van belang:  de ‘Sailplane towing’- en de Aerobatic rating.  Wij zijn in gesprek met de ILenT om onze ‘elegante voorstellen’ hiervoor te gebruiken bij de overgang naar de EU regelgeving op 8 april 2015.

  1. Slepen met TMG van zweefvliegtuigen (dus aan de voorkant van de sleepkabel!!):  wanneer men bij de aanvraag van het LAPL(S)/SPL (met extensie TMG) kan aantonen dat men voldoet aan de recente ervaring volgens Part-FCL, dan moet men een sleep aantekening krijgen. Recente ervaring is dan een  minimum van 5 sleeps in de laatste 24 maanden.
  2. Aerobatic rating:  voorgesteld is om de commissie Aerobatic van de Afdeling Zweefvliegen te laten aangeven wie voor deze rating in aanmerking moet komen, op grond van ervaring en training.

Na 8 april 2015, zal men voor deze ratings een opleiding moeten doen volgens de EU Part-FCL. Zie verder hieronder voor referentie naar de documentatie.

Het aanvragen van het LAPL(S)/SPL zal verder in dit jaar mogelijk moeten worden. Informatie daartoe krijgt u te zijner tijd, zoals adres, kosten, formulieren en wat men moet overleggen. Ook de ILenT moet zich daar op voorbereiden.

Net zoals u zich destijds zich de voorschriften moest eigen maken als theorie vak ten behoeve van het zweefvliegbewijs, dat nu GPL heet, zult u zich nu moeten verdiepen in de regelgeving zoals die nu vanuit Europa over ons wordt uitgestort. U zult zich als GPL houder op de hoogte moeten stellen waar het gaat om de eisen die aan het voor ons nieuwe LAPL(S) dan wel SPL worden gesteld, voor het behalen en voor het verlengen ervan. Kandidaten voor het GPL en straks LAPL(S)/SPL krijgen vanaf deze winter al theorie die reeds is afgestemd op de nieuwe Part-FCL, waarin dit al is verwerkt door de CIV.

Wanneer u HIER de link “Part FCL for glider pilots’  aan klikt, dan ziet u bij het punt FCL.110.S LAPL(S) de ervaringseis die gesteld wordt voordat men het LAPL(S) examen kan doen.  Hier staat ook dat een overland gemaakt moet worden. De ILenT wil dat GPL’ers moeten kunnen aantonen dat zij bij aanvraag van een LAPL(S)/SPL zo’n overland hebben gedaan. Die overland kan ook met een dual gedaan, en het mag dan zelfs met de TMG.

De eis voor 5 doellandingen is als ervaringseis vervallen in het nieuwe EU regime.

Indien u zich nu al verder wilt verdiepen in de nieuw regelgeving dan treft u hierbij een overzicht van ‘subpart’ uit de Part-FCL die voor het zweven van belang zijn:

Subpart A:  algemeen , zoals geldigheid van theorie, minimum leeftijden etc
Subpart B:  LAPL common requirements (algemeen) en LAPL(S)
Subpart C:  PPL common requirements (algemeen) en SPL
Subpart I:  Addional ratings:  eisen aan de voor ons nieuwe sleep en aerobatic rating
Subpart J:   Instructeur certificaat algemeen en FI(S) ( de nieuwe zweefvlieginstructeur
Subpart K: Examinatoren certificaat algemeen en FE(S) de nieuwe Zweefvliegexaminator

De ervaringseisen die aan het GPL zijn gesteld vindt u op de site van het KEI, artikel 3 van het Reglement Afgifte.

Het verschil tussen LAPL(S) en SPL is dat men een klasse 2 medische keuring moet hebben gedaan, dat moet dan bij de aanvraag worden overlegd. Men zou dat willen indien men buiten de EU zou willen vliegen, of tegen ‘remuneration’ of wel ‘commercieel’.  Commercieel zweven is  nieuw voor ons, en de ILenT is daar niet blij mee en de vraag is wat voor barrières zij daarvoor (kunnen) gaan opwerpen.  

De voertaal is Engels, veel documenten zijn niet, dan wel nog niet in het Nederlands vertaald. Er is wel een Nederlandse versie van de FCL, met de kanttekening dat de vertaling niet indrukwekkend is. Het meest sprekende voorbeeld daarvan is dat “aerobatics”  is vertaald naar ‘Stuntvliegen” in plaats van ‘Kunstvliegen’.

Wij houden u op de hoogte..

Voor afkortingen verwijzen wij u naar ons bericht van 19 januari op het Zweefportaal. Nieuwe afkortingen zijn

FCL  :        Flight Crew Licensin
FE(S):        Flight Examiner (Sailplane)
FI(S):        Flight Instructor (Sailplane)

Afdeling Zweefvliegen / CIV